Welkom op de website van Stichting Oud-Achtkarspelen

onderwerp    : Het teken van het beest

WYKSTRAx

spreker          : Libbe Henstra

datum            : 12 november 2013

Libbe Henstra is historicus en heeft onderzoek gedaan naar IJje Wijkstra en z’n daden. In 2012 is een boek van hem verschenen onder de titel ‘Het teken van het beest’.

In 1929 heeft IJje Wijkstra vier politieagenten doodgeschoten toen ze zijn vriendin Aaltje Wobbes wilden ophalen. Aaltje had haar zes kinderen in de steek gelaten en was bij IJje ingetrokken. Haar wettige echtgenoot zat in de gevangenis. Dit gebeurde in het huidige Kornhorn, dat vroeger bij Doezum hoorde. IJje kreeg hiervoor 20 jaar gevangenisstraf. Na 12 jaar is hij in de gevangenis aan t.b.c. gestorven.

Eerder zijn er al boeken over IJje Wijkstra geschreven door oud-politieagent Rinze Visser (‘Moord in viervoud’), rechter G. Overdiep (‘De strafzaak tegen IJje Wijkstra’), Rink van der Velde (‘De houn sil om jim bylje’) en H.G. Cannegieter (‘Vier schoten voor een vrouw’).Ook is er een film over deze zaak gemaakt onder de titel ‘Het teken van het beest’.

In de kranten werd verschillend over deze kwestie geschreven. Volgens de rechtse media was de overheid veel te slap en had ze al veel eerder moeten optreden. De linkse media deelden de mening dat de overheid veel te slap was, maar dan in de zin van dat ze te weinig aan de armoedebestrijding deed.

In de boeken en in de film is veel aan legendevorming gedaan. IJje wordt geportretteerd als vrijbuiter die opstond tegen het gezag en slachtoffer werd van de ‘femme fatale’ Aaltje Wobbes.

De schrijver heeft geput uit ontelbare bronnen en archieven. Daarbij werd niet alleen de doopceel van IJje Wijkstra gelicht, maar ook van alle personen uit de kring van mensen romdom hem die met het gezag in aanraking waren geweest (o.a. strafvonnissen van vrienden, familieleden en buren). Vele gesprekken werden gevoerd met nabestaanden en indirect of direct betrokkenen. Ook werden brieven gelezen die door Wijkstra aan vrienden en familie waren geschreven.

In feite was Wijkstra helemaal niet zo afwijkend. Vraag is dan: Wat maakte dat deze man uiteindelijk toch zo totaal ongewoon handelde? ‘Hij werd obstinaat. Het was de optelsom van wat in de voorafgaande twee weken was gebeurd, sinds Aaltje bij hem ingetrokken was. Hij moet hebben geweten dat het niet goed was. De buurt heeft hem er op aangesproken, terwijl hij het type was: ik bemoei me niet met jullie, jullie niet met mij. En dan komt de politie langs’.

Omdat er geen getuigen bij de moord aanwezig waren, blijft het uiteindelijk gissen naar de volledige waarheid. Henstra vermoedt dat beide partijen, Wijkstra en het politiekorps, op de bewuste ochtend niet aan elkaar konden toegeven, om zo geen gezichtsverlies te hoeven lijden. ‘Wijkstra’s daad is onterecht opgevat als een aanval op het gezag’ vertelt Henstra, ‘waardoor hij in de regio als een held werd beschouwd. Uiteindelijk was het gewoon een trieste, ongelukkige samenloop van omstandigheden die hem dreef tot dat eerste schot. Daarna kon hij niet meer terug. En daar is niets heldhaftigs aan.’

november 2013, Simon Hoeksma

 

BRANDSMAonderwerp     : Amerikagangers; emigranten uit de periode 1820 - 1970

spreker          : Klaas Henstra

datum             : 14 januari 2014

Pieter Mudstra

De avond bestond uit twee delen. Het eerste deel ging over Pieter Mudstra van de Sumarreheide. Mudstra werd geboren in 1901. In die tijd waren de boeren heer en meester in de kerk, het dorp en de politiek. Er was een scherpe tegenstelling tussen de rijke boeren en de arme arbeiders. De rijke boeren woonden in de dorpen en de arme arbeiders op de heide. Arbeiders hadden maar te doen wat de boeren hen opdroegen.

Na eerst bij boeren gewerkt te hebben, kwam Mudstra bij de werkverschaffing terecht. Bij grondwerkzaamheden deed hij regelmatig interessante vondsten. Op deze manier kon hij het werk met z’n hobby combineren, want hij had namelijk veel interesse voor archeologie. Later zei hij dat hij het geluk had gehad om grondwerker te mogen zijn.

Om aan de armoede te ontkomen werd hij  in de tweede wereldoorlog lid van de N.S.B. en kon daardoor meewerken aan een opgraving in Tsjechië. Na de oorlog moest hij vanwege dit lidmaatschap enkele maanden de gevangenis in. In 1943 vond hij in Ureterp een nederzetting uit de steentijd van de Hamburgcultuur.

Mudstra bouwde een hele verzameling stenen op. Ook verzamelde hij munten en postzegels. Helaas werd in 1983 zijn gehele verzameling munten en postzegels gestolen.

Amerikagangers

Het tweede deel van de avond ging over emigranten. Al in de zeventiende en achttiende eeuw gingen er mensen emigreren naar Amerika. Meestal waren dit avonturiers of misdadigers.

In 1834 vond de Afscheiding plaats. Rechtzinnige mensen, die vaak bij het armere deel van de bevolking behoorden, stapten uit de Hervormde Kerk. Zij vormden de Gereformeerde Kerken. In de begintijd werden de gereformeerden zoveel mogelijk dwars gezeten. De overheid wilde de Gereformeerde Kerk niet als kerkgenootschap erkennen. Verschillende mensen gingen onder leiding van een predikant naar Amerika om daar hun geluk te beproeven. Een bekende leider was dominee H.P. Scholte. Hij stichtte de kolonie Pella. De mensen uit Tytsjerkesteradiel en uit Achtkarspelen stapten op een skûtsje bij Bergumerdam en zeilden via Lemmer naar Amsterdam of Rotterdam. Hier stapten ze op een stoomzeilschip om de oceaan over te varen. Toen men eenmaal aan boord was, bleek dat er geen eten en verwarming bij de reis in zat. Dat moesten ze alsnog kopen bij een tussenstop bij Southampton aan de Engelse zuidkust. In die tijd zijn er zo’n 20.000 Nederlanders naar Amerika gegaan.

Mensen met een lichamelijke of geestelijke handicap werden niet in Amerika toegelaten en konden de terugreis weer aanvaarden. Soms was het mogelijk om in Canada aan land te komen, daar waren de toelatingseisen wat minder streng. De begintijd van de kolonisten was vaak weinig succesvol. De emigranten kochten land en gingen zaaien en vervolgens oogsten. Helaas werd in een bepaald gebied de hele oogst door een sprinkhanenplaag vernietigd. Daarom verkochten ze dit land weer en gingen verder Amerika in.Hier werden sommige emigranten succesvolle boeren. Ze produceerden zoveel dat er zelfs een graanoverschot ontstond. Deze overschotten werden naar Europa geëxporteerd. Het gevolg was dat de Europese boeren hun graan niet meer kwijt konden, waardoor in het laatste kwart van de negentiende eeuw de landbouwcrisis ontstond. Een gevolg hiervan was weer dat er een tweede emigratiegolf naar Amerika op gang kwam.

In de twintigste eeuw waren er drie emigratiegolven: in de dertiger jaren vanwege de crisis, na de tweede wereldoorlog en na de Korea-oorlog. Mannen konden zich gemakkelijker aanpassen dan vrouwen. Door de contacten buitenshuis leerden de mannen de Engelse taal snel. De vrouwen bleven veelal binnenshuis en hadden daardoor veel meer moeite met de nieuwe taal. Inmiddels wonen er acht miljoen nakomelingen van emigranten uit Nederland in Amerika.

Klaas Henstra, die het publiek zeer boeide met zijn vertellingen, heeft over beide onderwerpen een boek geschreven met als titels ‘Pieter Mudstra (1901-1990), Sumarreheide’ en ‘Amerikagangers’.

Simon Hoeksma, januari 2014

 

onderwerp     : Kloosters in Achtkarspelendscf13926

spreker          : Douwe Veenstra

datum             : 11 maart 2014

Benedictus van Nursia wordt beschouwd als de vader van het kloosterleven. Hij was de stichter van de orde van de Benedictijnen. Hij bedacht de kloosterregel waarbij de kloosterlingen drie geloften moesten afleggen, namelijk die van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Andere kloosterorden zijn die der tempeliers, augustijners, bedelorden (fransiscanen), dominicanen, norbertijen (of premonstratenzers of witheren) en cisterciënzers (of schiere monniken).

Bernard van Clairveaux was stichter van de cisterciënzer orde. Het klooster Jeruzalem te Gerkesklooster viel ook onder deze orde. Het klooster werd gebouwd op een zandverstuiving uit de ijstijd. Stichter van het klooster was Gercke van Wigerathorpe. Wigerathorpe was de vroegere benaming van Gerkesklooster. Voordat de kloosterstichting van start ging, onderhandelde hij eerst met de cisterciënzers van klooster Claercamp te Rinsumageest, met de premonstratenzers van klooster Mariëngaarde te Hallum en met de augustijners van klooster Ludingakerk te Midlum in de buurt van Harlingen. De cisterciënzers van Claercamp boden de meest gunstige voorwaarden, zodat Gercke in 1240 met deze orde in zee ging. In het begin was Gerkesklooster een dubbelklooster, dat wil zeggen er woonden (uiteraard gescheiden) zowel mannen als vrouwen. Later woonden er alleen mannen.

Aan het hoofd van het klooster stond een abt. Daarnaast waren er koormonniken en  lekebroeders. De koormonniken bleven in het klooster en hielden zich bezig met bijbellezen en bidden. De lekebroeders werkten op boerderijen, in de vervening en in de landaanwinning. Ook had het klooster een steenbakkerij, een kuiperij en een brouwerij. Bier was in die tijd de dagelijkse drank.

In het zuiden van Achtkarspelen, waar nu de dorpen Surhuisterveen en Boelenslaan liggen, hield het klooster zich bezig met het vervenen. In het noorden waren monniken bezig met het inpolderen van de Lauwerszee. Deze zee liep vroeger tot aan Gerkesklooster toe. Door het leggen van dijken wist men steeds meer land op de zee te veroveren. Ten noorden van Gerkesklooster legden de monniken een dam in de Lauwers. Dit werd de Schalkendam (de dam van de monniken). Deze ligt vlak bij de spoortunnel in het fietspad van Gerkesklooster naar Visvliet. Later werden er sluizen aangelegd bij Pieterzijl en Munnekezijl.Ten zuiden van de Tjoele lag het Augustinusgaastermeer, dat door de kloosterlingen gebruikt werd om te vissen.

Aan de Friese Straatweg onder Burum stond een dochterklooster van Gerkesklooster. Dit was het klooster Galilea, ook wel het Vrouwenklooster genoemd. Het klooster had ook verschillende uithoven. Zo stond ten zuiden van Opende de uithof Topweer. Hier stond een boerderij met een schapenhouderij. Johan ter Schoele werd hier aangesteld als toezichthouder. In Surhuisterveen stonden de Olde Abtskamer en Ter Schoole, een verblijfplaats voor monniken die in de vervening werkzaam waren.

Het klooster voerde turf en bakstenen (kloostermoppen) uit naar handelsplaatsen, die ook wel hanzesteden werden genoemd. Dit vervoer gebeurde met een kogge.

Vaak had het klooster ook invloed op de kerken in de omgeving. Zo benoemde Gerkesklooster in verschillende dorpskerken de pastoors, die hun opleiding hadden genoten in het klooster. In 1580 deed de Hervorming z’n intrede en moesten alle kloosters gesloten worden. De meeste kloosters zijn vrij snel daarna afgebroken. Van het Gerkesklooster resteert alleen nog het brouwhuis dat nu al jarenlang als kerkgebouw dienst doet.

Het Buweklooster of Maria’s Graf werd in 1249 gesticht door Buwe van Harckema. Eerder had Buwe al een kapel op zijn land laten bouwen, de Sint Nicolaaskapel. Er werd wel gezegd dat Gercke en Buwe broers waren, maar waarschijnlijk werd daarmee bedoeld ‘broeders in het geloof’. Het Buweklooster, dat een vrouwenklooster was, sloot zich aan bij de premonstratenzer orde en werd een dochterklooster van Mariëngaarde bij Hallum. In het klooster zaten meestal nonnen uit rijke families die hun bezit aan het klooster schonken.

Het Buweklooster was in het bezit van de venen die lagen tussen het klooster en Rottevalle. Buweklooster had echter veel minder bezittingen dan Gerkesklooster. Namen die aan het klooster herinneren zijn Monnikegreppel, Monniketille en Nonnepaed. Het klooster had een uithof bij Kollumerpomp, de Raecken.

Van het klooster resteert alleen nog de begraafplaats. In de tuin van de boederij aan It Kleasterbreed 3 zijn nog fundamenten van het klooster zichtbaar. Vroeger stond het klooster op het grondgebied van Harkema-Opeinde, maar door een grenswijziging in 1921 valt het gebied nu onder Drogeham.

Meer informatie over beide kloosters is te lezen in: ‘Kloosters in Friesland en Achtkarspelen’ van Douwe Veenstra, ‘Het klooster Jeruzalem of Gerkesklooster’ van A.J. Andreae en ‘De erfenis van Bouwe Harkema’ van Simon Hoeksma.

Simon Hoeksma / maart 2014